close
  • donderdag 9 april
Bouw en verbouw

Alledagjes: ‘ik wil licht, lucht, ruimte, en een klusschuur en lapje grond voor Jan’

Alledagjes: ‘ik wil licht, lucht, ruimte, en een klusschuur en lapje grond voor Jan’

BLOG – Al een aantal jaren kriebelde het bij Jan en mij. We wilden wel ‘buitenuit’ wonen. Dat buitenuit was nogal een vaag begrip. Het betekende in ieder geval buiten de stad en landelijk. Veel meer ideeën, behalve romantische, hadden we er nog niet over. Een jaar of vier geleden begonnen we huizen te bekijken, met name in west en zuid-west Friesland. Tijdens zo’n zoektocht leer je veel, en één daarvan was dat de werkelijkheid vaak nogal tegenvalt in vergelijking met de mooi bewerkte foto’s en opgesmukte beschrijvingen. Óf de ruimte in een huis viel behoorlijk tegen, óf de staat van onderhoud bleek beroerd, óf je keek tegen een blinde muur aan die de foto’s niet liet zien. En in één geval was de muffe lucht in de bedompte vertrekken genoeg om mij te verjagen. Het is daarom aan te raden om veel huizen te bekijken. Op die manier doe je ervaring op en kom je er langzamerhand achter wat je echt wilt.

‘Nu hebben jullie de kinderen groot en dan willen jullie ruimer gaan wonen?’

Zo leek het Jan mooi om ‘midden in de rimboe’ te wonen, terwijl ik wel graag ergens bij wil horen en in of nabij een dorp wilde wonen. We wilden groter wonen en zochten veel meer ruimte dan we hadden in onze rijtjeswoning in de stad. In onze omgeving trokken sommige mensen hun wenkbrauwen op. ‘Nu hebben jullie de kinderen groot en dan willen jullie ruimer gaan wonen?’ Ja klopt! Ik loop al minstens 25 jaar te roepen dat ik licht, lucht en ruimte wil en Jan, als boerenzoon, droomde van een klusschuur en een lapje grond.

Positivo

Financieel gezien was het eerder niet mogelijk maar nu kon het. Waarschijnlijk zouden we over tien jaar de moed niet meer hebben, dus het moment was: nu! Geleidelijk kregen we het plaatje van wat we wilden compleet; niet te ver van Leeuwarden werd een eis, met ouder wordende ouders en kinderen, nog zonder eigen vervoer. Nieuwbouwhuizen vielen af omdat we beiden steeds weer gecharmeerd raakten van oude huizen met historie. Maar wel wilden we een instapklare woning. Die combinatie bleek best lastig. En dan de combinatie met een mooi uitzicht, een lapje grond en ook veel ruimte in het huis. Jan vroeg zich soms vertwijfeld af of we niet te veel noten op onze zang hadden. Maar ik, als eeuwige ‘positivo’ was er heilig van overtuigd dat het ging lukken.

‘Zo’n kans krijgen we nooit weer’, klaagde hij

Een paar keer waren we er dichtbij. In één van de elf steden vonden we een mooie patriciërswoning in het centrum. Het huis voldeed aan nagenoeg alle eisen. Nagenoeg. Na de tweede bezichtiging werd ik op een ochtend wakker en ik had het er letterlijk benauwd van; het was een prachtig huis maar te donker en het had geen ruim zicht. Jan was boos op mij, hij woonde er al in zijn hoofd. ‘Zo’n kans krijgen we nooit weer’, klaagde hij. ‘Tuurlijk wel, zei ik, maar alleen als je er in gelooft’. We spraken af dat, hoe zuur het ook kon zijn, we pas een huis gingen kopen op het moment dat we er beide voor honderd procent achter stonden.

Boktor

Vervolgens zagen we een prachtige notabele woning, iets ten noorden van Leeuwarden. Ze, liefdevol ‘de oude dame’ genoemd door haar bewoners, lokte ons met haar schone schijn. De koop was bijna rond toen wij besloten tot een bouwkundige inspectie. Het was tenslotte een huis uit begin 1800. De statige oude dame bleek boktor op zolder te hebben, vermolmde vloerplanken en verrotte kozijnen. Waar overigens niets van te zien was. Jan lag er wakker van; die zag zich nog jaren in de klussen zitten en daar had hij eigenlijk geen zin meer in. Met pijn in het hart lieten we het huis gaan. Meer iets voor een energiek jong stel (dat het later ook kocht), die de oude dame in haar originele luister wilden herstellen. En dan was er nog een prachtige, historische woning in Jan’s geboorteplaats. Maar daar moest met gesloten envelop op geboden worden. We boden boven de vraagprijs maar anderen boden nog veel verder boven de vraagprijs. Helaas pindakaas!

Jan kende Koos, een oude dorpsgenoot van hem

En toen, na jaren, gebeurde het! We zaten bij vrienden koffie te drinken en die zeiden ‘Weet je wie het huis ook te koop heeft? Koos!’ Koos woonde in een pietepeuterig dorpje, net buiten Jan z’n geboorteplaats en op twintig minuten van Leeuwarden. Jan kende Koos, een oud dorpsgenoot van hem. De volgende dag was het prachtig weer. Jan kon niet wachten en fietste direct na het opstaan naar het huis. Daar trof hij Koos, bezig in de tuin. Koos liet Jan zijn huis zien, een fraai verbouwde boerenwoning die hij net te koop had gezet. Jan kwam enthousiast thuis. En dat zegt wat! Mijn wat gesloten, nuchtere, rustige man was enthousiast. Ik werd niet warm van de foto’s op Funda maar we maakten toch een afspraak met de makelaar voor een bezichtiging, een paar dagen later. Kijken kan altijd. Ik had er niet op gerekend maar was op slag verliefd op dit landelijke huis op een eigen terpje! Fijn dat de makelaarsfoto’s opnieuw hadden bedrogen. Alleen deze keer deden ze een huis tekort, in tegenstelling tot alle andere keren. Het huis had alles wat we wilden en meer. Toen ik in de gezellige, ruime woonkeuken aan de grote keukentafel zat en over de prachtige tuin uitkeek, zei ik tegen Jan ‘zet mij hier maar neer!’. Ik voelde dat ik hier heel gelukkig ging worden. Voor het eerst stonden we beiden voor honderd procent achter onze keuze en de zaak was dan ook gauw beklonken.

Rotzooi

Een verhuizing terwijl je aan het herstellen bent van een burnout, dat lijkt vragen om moeilijkheden. Dus besloot ik de verhuizing niet als een probleem te zien maar als een uitdaging. We hadden drie maanden de tijd, dat moest genoeg zijn. Ik rekende dat als ik elke dag een doos inpakte, een zak met troep weggooide en toch voldoende bleef rusten, het dan moest lukken. En zo deed ik het. Gedisciplineerd pakte ik elke dag een doos en een zak en ‘s middags rustte ik. In de weekenden deed Jan de grotere klussen. Zo lukte het ons zonder stress ons hele hebben en houwen ingepakt en gelabeld te krijgen. Bijna. De dag voor de verhuizing was de enige dag dat ik echt stress kreeg; dat was ‘de -laatste-spullen-inpak-dag’. Die laatste spullen daar kwam maar geen einde aan! Daar hadden we ons flink op verkeken. We waren te optimistisch geweest en hadden hiervoor te weinig tijd ingepland. ’s Avonds rolden we doodmoe op bed, ik met een knoop in mijn maag omdat ik wist dat anderen nu mijn laatste rotzooi in moesten pakken. Gelukkig hadden we de volgende dag een grote ploeg met kinderen en vrienden die ons liefdevol hielpen en super hard werkten. Mij werd gezegd dat ik alleen maar aanwijzingen hoefde te geven bij het uitladen van de vrachtwagen. En zelfs dat was niet moeilijk want ik had op alle dozen uitvoerig genoteerd wat er in zat en waar ze naar toe moesten. Daarnaast had ik op alle vertrekken papieren gehangen met de naam. Het lukte me zelfs nog om ’s middags, te midden van alle reuring, nog anderhalf uur rust te pakken.

Ik ben hier thuis! En jan ook

En nu wonen we hier al weer vier maanden in ons heerlijke huis dat ons past als een handschoen. We zijn liefdevol opgenomen door de dorpsbevolking waar we uitstekend tussen lijken te passen. Terwijl ik dit schrijf kijk ik uit het raam en zie de lammetjes, de schapen, de paarden en de koeien die vanochtend huppelend, voor het eerst, naar buiten gingen. Net zag ik een reiger een kikker uit de sloot snaaien. Ik kan naar eindeloze verten staren en word elke ochtend wakker met een heel circus aan dierengeluiden. Elke dag prijs ik me gelukkig dat ik hier in dit fijne huis mag wonen. Ik ben hier thuis! En Jan ook.

Geschreven door: Tietia Feikens

Abonneer je op onze nieuwsbrief!

Volg ons via Facebook