close
  • zondag 16 juni
Vakantie en reizen

De horizon blijft roepen

De horizon blijft roepen

Jeanette Slagt besloot om op 53-jarige leeftijd opnieuw te beginnen als digitale nomade. Hierdoor heeft ze een compleet nieuwe manier van gepensioneerd leven neergezet.

In 2015 heeft ze vrijwel alles verkocht wat ze bezat. Ze was werkeloos, had een start gemaakt met een eigen bedrijf, maar helaas lukte het concept niet in Nederland. Ze besloot om ‘tering naar de nering’ te zetten: oftewel haar uitgaven af te stemmen op haar inkomsten. En waar kon ze dat beter doen dan in een land waar het levensonderhoud goedkoop is? Dus boekte ze een ticket naar de Filipijnen en verhuisde. Momenteel verblijft ze in Mexico.

Jeanette gaat regelmatig een bijdrage leveren als schrijfster voor 50+. Geniet mee van haar avonturen en haar kijk op het leven na je vijftigste. Vorige week kon je lezen dat ze er in Mexico andere etensgewoonten op na houden dan in Nederland!

De horizon blijft roepen

Als ik ingeklemd zit in de Colectivo tussen alle sterk ruikende bouwvakkers besef ik dat ik mijn motor en de vrijheid die het me gaf zo erg mis. Bussen in Mexico zijn niet zo georganiseerd als in Nederland, ik schreef er al eens eerder over.

Ze rijden hard, zijn oud en gebrekkig, en bomvol. Er zijn ook kleine witte busjes, die heten Colectivo’s en die gaan overal waar de stadsbus niet gaat. Die zijn zo mogelijk nog minder comfortabel, maar soms is dat je enige vervoer tenzij je een dure taxi wilt betalen. Zoals vandaag, naar Punta Sam.

Op Google maps zag het er uit als een leuk dorpje met een haven en restaurants, helaas kon je op Google Maps niet het hek en de toegangspoort zien met identificatieplicht. En aangezien ik niet de hele dag met mijn paspoort rondloop, kon ik er dus niet in. Het echte Punta Sam, stelde niet zoveel voor, je moest duidelijk in het resort gedeelte zijn voor dat leuke haventje en die restaurantjes. Verlangend kijk ik de stoffige weg af waar de bus dan niet meer heen gaat. Helemaal naar het noordelijke puntje van het schiereiland. Hoe zou dat er uit zien? En hoever kun je komen?

Het is dik 10 kilometer lopen in de brandende zon. Niet zo’n verstandig idee. Want je moet ook weer dik 10 kilometer teruglopen. Ik denk dat daar de toon gezet werd voor de steek van gemis die ik voel als ik in het volgepropte busje terug rijdt naar Downtown Cancun. De bouwvakkers hebben duidelijk gewerkt en al een paar uur niet gedoucht of deodorant gebruikt. Het busje ruikt ernstig naar zweterige werkmannen, ook al staan alle ramen open. Ik zit ingeklemd tussen een heel dikke meneer die zwaar tegen me aanleunt en een meneer wiens lichaamsgeur zo sterk is dat het me misselijk maakt.

Gaan en staan waar je wilt

En dan mis ik het, het motorrijden. De vrijheid om wel zo’n landtong op te rijden en om te gaan en staan waar je wilt in plaats van te zoeken naar de juiste bus en alle tijdverlies die je hebt door reizen met het openbaar vervoer. Regelmatig loop ik de drie motordealers binnen hier in de stad. In een showroom staat mijn ‘oude’ motor in het gitzwart, een Kawasaki Dominar 400.

Maar ik kan nog geen motor kopen, want ik wacht nog steeds op mijn ID kaart. Ook moet ik realistisch zijn. Ik word er niet jonger op en ik twijfel heel erg. Ik heb staar aan mijn linkeroog en dat moet eerst geopereerd worden, daar spaar ik nu voor. De laatste keer dat ik viel met  de motor kan ik nog voelen in mijn heup. Wil ik het nog wel? Motorrijden?

Misschien is een scooter wel verstandiger? Ik ben bang dat wanneer ik een scooter koop ik me rot erger. Ik hou van de snelheid van motoren. Mijn Dominar kon makkelijk 140. En hoewel ik die snelheid nooit gehaald heb was 90-100 km per uur ook kicken. Het geeft een gevoel van vrijheid. In Nederland deed ik alles met het openbaar vervoer of op de fiets. Ik heb mijn rijbewijs in de Filipijnen gehaald, in een klaslokaal waar de antwoorden voor de multiple choice vragen aan de muur hingen. Zonder ooit op een motor gezeten te hebben. Voor nog geen 100 euro had ik mijn rijbewijs.

Na het halen van mijn rijbewijs heb ik pas leren motorrijden en nog geen zes maanden later was ik op een reis door de Filipijnen op de motor. Toen nog een Yamaha SZ 150 en daarna die prachtige Dominar 400cc die ik zo mis. Als ik uit de colectivo stap ga ik een ijsje eten, even wat troost-voer naar binnen kieperen over een beetje een mislukt uitje. Ik probeer het nostalgische gevoel van me af te schudden. Het lijkt me steeds vaker te overvallen. Ik voel me opgesloten in Cancún, gevangen in onmogelijkheden. Ik had echt nooit gedacht dat het immigratieproces zo lang zou duren.

Fantaseren over tropische oorden

Als ik de volgende dag aan zee ben en het turquoise van het water zie tot aan de horizon besef ik dat hoewel ik reizen ook heel vermoeiend vind bij vlagen, het rondtrekken in mijn bloed is gekropen en ik gelukkiger ben als ik niet te lang op een plek ben. Reizen, daar geniet ik van. De horizon op me af zien komen, oversteken en dan weer die nieuwe horizon.

Vroeger in Nederland liep ik heel veel op de dijk, in Den Helder, waar ik woonde. Overdag, in de nacht, eindeloos ver kon je dan kijken, en ik vroeg me altijd af wat er achter die horizon lag. De wind nam dan geuren mee van verre landen, en ik fantaseerde over zwoele nachten in tropische oorden. Ik denk dat ik sinds ik op mijn zeventiende naar Zuid Amerika ben vertrokken dat gevoel heb gehad. De twee jaar die ik daar rondgereisd heb hebben me verandert. En ik lijk vanaf die tijd altijd te willen weten wat er achter die horizon ligt. Ook al weet ik dat er gewoon weer een nieuwe horizon is die binnen een paar weken mijn aandacht trekt. Die me roept, zachtjes, verleidend, als een geheime minnaar onder mijn raam.

Geschreven door: Redactie

Abonneer je op onze nieuwsbrief!

Volg ons via Facebook