close
  • donderdag 22 oktober
Algemeen

Mijn jaar in Vietnam

Mijn jaar in Vietnam

Vakantie en reizen

Toen mijn man Marcel meldde dat hij voor zijn buitenlandse projecten voor TU Delft graag een jaar in Vietnam wilde wonen, stond ik niet meteen te springen om mee te gaan. Ik zag allemaal beren op de weg bij het idee om te moeten wonen in een miljoenenstad. Ho Chi Minh City heeft ruim acht miljoen inwoners. Daarnaast is het er praktisch altijd rond de dertig graden met een hoge luchtvochtigheid en smog vanwege de vele brommers en scooters. Marcel zou overdag aan het werk zijn, maar hoe moest ik mijn dagen doorkomen? Als hij op reis moest voor zijn werk, dan zou ik een paar dagen alleen zijn. Voelde ik me dan veilig? En dan nog de taal. Vietnamees is nauwelijks te leren. Ieder woord kan op zes verschillende manieren uitgesproken worden en heeft dan een andere betekenis. Tenslotte zou ik mijn eigen therapiepraktijk rond verlies & rouw tijdelijk moeten sluiten. Zou ik die dan later weer opnieuw kunnen opbouwen?

Omdat ik wilde voelen of ik in Vietnam zou kunnen leven, zijn we in februari 2013 naar Saigon gegaan. We verbleven in het centrum, waar het tot mijn verbazing vrij rustig was. Dat kwam deels doordat veel stedelingen vanwege het Vietnamese Nieuwjaar de stad uit waren voor een traditioneel bezoek aan hun families op het platteland. We gingen met een collega van Marcel woonmogelijkheden verkennen. Die collega, een Amerikaan die al ruim dertig jaar met veel plezier in het land woonde, liet ons de wat groenere delen zien, vlak bij de Saigon-River. Daar wonen veel buitenlanders en hij gaf ons tips voor prettige plekken in de stad. De mensen waren er erg vriendelijk, zeer behulpzaam en in het Engels bleek je redelijk goed te kunnen communiceren.

Kortom: het viel me mee. Ik zag wel mogelijkheden om me daar goed te voelen. Dus het besluit werd genomen om die zomer samen te vertrekken. TU Delft is geen werkgever die zorgt dat je bij aankomst in een gespreid bedje terechtkomt, zoals gebruikelijk is in het bedrijfsleven: een groot huis in een compound, auto met chauffeur, bedienden etc. Nee, wij zochten het zelf uit. Daarom zaten we eerst een week in een goedkoop hotelletje met gezellige kakkerlaken en lieten ons door makelaars rondrijden langs appartementen die voor ons aangenaam en betaalbaar zouden kunnen zijn. Na een week hadden we een goede plek vlak bij de rivier gevonden waar we een goed gevoel bij hadden, vooral door de ontzettend aardige receptioniste Thu. Een leuke vrouw van dertig jaar die graag Engels wilde leren en die elke gelegenheid aangreep om een praatje te maken. We gingen later soms samen naar de markt en dan hielp ze me een Vietnamees gerecht klaar te maken.

Op het dak van ons appartementengebouw was een zwembad, waar ik meestal de dag begon: even zwemmen, zonnen, yoga en meditatie. Een heerlijke start van de dag. De wijk bestond uit een mooie mengeling van expats en Vietnamezen, met straattentjes maar ook met Westerse restaurants, Vietnamese winkeltjes en wat grotere supermarkten. The best of both worlds. Via via kreeg ik een oud fietsje waarmee ik in de wijk uit de voeten kon. Er bleek een goed busnetwerk te zijn, waarmee ik een groot deel van de stad kon bezoeken. Met m’n fietsje naar de snelweg, daar wachten tot er een bus met het goede nummer langs kwam en er dan inspringen, want echt stoppen doen ze niet. De expat-vrouwen die ik inmiddels had leren kennen, verklaarden mij voor gek: “Reis je met de bus? Komt die dan wel op tijd? Dat is toch veel te gevaarlijk!” Zij lieten zich door een auto met chauffeur overal naartoe brengen. Maar ik vond het prima om met de bus te gaan. Vaak kwamen er mensen naast me zitten die hun Engels wilden oefenen en interessante verhalen hadden. Ik ging regelmatig naar de markt om stoffen te kopen waar ‘mijn’ kleermaakster dan een leuke jurk van naaide. Geweldig vond ik dat.

Ik maakte gebruik van de Nederlandse en internationale netwerken om contacten te leggen die me konden helpen om mijn dagen zinvol te vullen. Ik maakte folders om cliënten te werven. Het bleek dat er onder expats best veel problemen waren (relatieproblemen, verslavingen) al zag het er aan de buitenkant allemaal zo mooi en luxe uit. Zo kreeg ik enkele cliënten die me weer het gevoel gaven nuttig werk te kunnen doen. Heel fijn. Ook raakte ik betrokken bij vrijwilligersprojecten. Ik werkte mee aan het werven van sponsorgelden voor een huis waar pubermeiden een veilige plek vonden zodat ze niet op straat hoefden te leven waar ze het risico liepen in de prostitutie terecht te komen. En één dagdeel per week ging ik met een groep vrouwen en veel knutselmateriaal naar een arm schooltje om kinderen een creatieve middag te bieden. Verder had ik vanuit Nederland een opdracht om twee hoofdstukken te schrijven voor het ‘Handboek Rouw’ en daar kon ik heerlijk rustig de tijd voor kon nemen.

Natuurlijk kregen we veel gasten uit Nederland op bezoek. We hadden twee extra slaapkamers met badkamer. Omdat mensen dan een paar dagen (en onze kinderen weken) bij ons waren, ontwikkelde zich een dieper contact dan we al met elkaar hadden. Dat vond ik erg plezierig. Ook tussen Marcel en mij werd de band sterker omdat we toch meer op elkaar aangewezen waren dan in Nederland.Via het werk van Marcel kwamen we regelmatig bij mensen thuis en konden we proeven van de Vietnamese cultuur, die erg op familieverbanden is ingesteld en zeer gastvrij is.

Omdat het klimaat in de stad soms wat op ons drukte, gingen we in de weekenden regelmatig op reis naar wat aangenamere oorden. Zo heb ik veel van Vietnam, Laos en Cambodja gezien. Mijn zestigste verjaardag hebben we gevierd in de heuvels van Dalat. Van ’s ochtends zes tot ’s avonds zes mediteerden we in een groot Zen-klooster in een prachtige omgeving: Marcel bij de mannen, ik bij de nonnen. Om ’s avonds heerlijk uit eten te gaan en het glas te heffen op een nieuwe levensfase.

Al met al heb ik een heerlijk jaar gehad dat ik niet had willen missen. Het heeft me veel gebracht, vooral een vrijer gevoel en het vertrouwen dat ik op verschillende plekken in de wereld een goed thuis voor mezelf, voor ons, kan creëren. Blijkbaar heb ik de tools en inzet in huis om dat voor elkaar te krijgen, om risico’s te durven nemen en zekerheden los te laten. Ik heb geleerd dat ik iemand ben die makkelijk contact kan maken met mensen en dat ik het prettig vind mensen te ontvangen en het hen naar de zin te maken. Terug in Nederland volgden de boekpresentaties voor het Handboek Rouw, waardoor ik in de publiciteit kwam, mijn werk langzaamaan weer ging lopen en ik de mogelijkheid kreeg bij dezelfde uitgever nog een nieuw boek uit te geven: “Mindful omgaan met Verlies”.

We zijn beide ‘losser’ geworden en dat heeft er ook toe geleid dat Marcel een baan in Leeuwarden heeft aangenomen en we nu al een jaar op Terschelling wonen. Een diep gekoesterde wens van mij. We blijven nog een jaar extra. De rust, ruimte, eenvoud en vooral de zee bevallen ons prima. Ik ontvang hier mensen voor een vierdaags intensief coachingstraject. Heel bevredigend om te doen.

Geschreven door: Mieke Ankersmid

Abonneer je op onze nieuwsbrief!

Volg ons via Facebook